WELKOM

Voor al uw elektrotechnische vragen kunt u bij ons terecht, mocht u het antwoord niet op de site terugvinden kunt u rechtstreeks contact met ons opnemen.
 

Inspecteren volgens NEN 1010 en NEN 3140-2011

 

Inspectie van elektrische installaties is een ruim begrip. Toch krijgt menig elektrotechnisch installateur regelmatig de vraag of er een offerte kan worden gemaakt voor de inspectie van een installatie. Maar wat houdt het begrip nu eigenlijk in? Wat mag een klant op dit gebied van het inspecterende bedrijf wel en niet verwachten? En wat mag er wel en niet van de klant worden verwacht?

 

 

Wat is een elektrische installatie? Onder een elektrische installatie wordt verstaan: ‘Een samenstel van bij elkaar behorend elektrisch materieel met onderling op elkaar afgestemde eigenschappen om bepaalde doelen te realiseren’. Onder ‘elektrisch materieel’ wordt vervolgens verstaan:  ‘Elk onderdeel dat wordt toegepast bij de opwekking, de omzetting, het transport, de distributie of de toepassing van elektrische energie’, zoals elektrische machines, transformatoren, schakel-, beveiligings- en besturingsmaterieel, meetinstrumenten, leidingsystemen en elektrische toestellen.

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht omvat een elektrische installatie dus niet alleen de vaste installatie, maar eindigt hij ook niet bij een wandcontactdoos. De elektrische installatie omvat al het elektrische materieel van de verdeelinrichting to en met alle zaken die hierop zijn aangesloten.

Een inspectie wordt verricht om vast te stellen of een installatie aan de gestelde eisen voordoet. Om hier een oordeel over te kunnen vellen, moet echter wel duidelijk zijn wat die ‘gestelde eisen’ dan zijn.

Aan het ontwerp van elke elektrische installatie liggen eisen ten grondslag:

-          Richtlijnen, zoals de Machinerichtlijn, de Laagspanningsrichtlijn, de EMC-richtlijn, de Arbeidsmiddelenrichtlijn enzovoort. De Europese richtlijnen zijn in Nederlandse wetten en besluiten vertaald en het is dus een wettelijke verplichting ze toe te passen.

-          Normen die beschrijven hoe op een praktische manier een installatie kan worden gemaakt, zodat deze aan de regelgeving voldoet. Voorbeelden van productnormen waar een inspecteur mee te maken hebben, zijn bijvoorbeeld NEN 1010, ‘Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallatie’,  NEN-EN 61439, ‘Laagspanningsverdeelinrichtingen’, NEN-EN 60204, ‘Elektrische uitrusting van machines’, NEN 2535, ‘Brandmeldinstallaties’ enzovoort.

 

In bedrijf nemen

Installaties die nieuw zijn gebouwd of zijn aangepast, mogen pas aan de opdrachtgever worden overgedragen nadat is vastgesteld dat de installatie aan de eisen voldoet. Een eerste inspectie heeft tot doel vast te stellen of de installatie conform het ontwerpplan is opgesteld en of er nog gebreken of fouten aanwezig zijn. Mocht dit laatste het geval zijn, dan kunnen deze gebreken of fouten eerst nog worden verholpen. Pas als de installatie geen gebreken of fouten meer vertoont, kan hij in bedrijf worden genomen. Er kan dan worden gesteld dat de installatie voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen den dat er geen sprake is van levensgevaarlijke of brandgevaarlijke situaties.

De dagelijkse praktijk is echter vaak anders. In veelgevallen vind er, voor de installatie in bedrijf wordt genomen, helemaal geen inspectie plaats. En toch: als een installateur een zakelijke overeenkomst opstelt waarin staat vermeld dat de installatie wordt gemaakt conform NEN 1010, dan is dat inclusief deel 6, ‘Een inspectie’. Een zakelijke overeenkomst zorgt voor een juridische binding. Een installateur is daardoor dus ook aansprakelijk voor de veiligheid van het product dat hij levert: de elektrische installatie. Een installateur is dus productaansprakelijk.

Bij een inspectie wordt gekeken naar de volgende zaken:

-          Voldoet het aangesloten materieel aan de veiligheidsbepalingen uit de relevante productnormen?

-          Is het materieel gekozen en geïnstalleerd conform de bepalingen uit de productnormen, zoals NEN 1010 en/of volgens de instructies van de fabrikant?

NEN 1010: ter afronding van een uitgevoerde inspectie moet een rapport worden opgesteld. Hierin zijn de resultaten van de inspectie vermeld en dit rapport moet door de eigenaar van de installatie worden bewaard.

 

Beheer na de oplevering

De eigenaar van een elektrische installatie heeft, als het een bedrijfsmatige installatie is, vervolgens de plicht te zorgen dat de elektrische installatie veilig blijft voor de medewerkers en andere gebruikers. In het Arbobesluit staat namelijk vermeld: ‘Elektrische installatie zijn zodanig ontworpen, ingericht aangelegd, onderhouden en gekenmerkt, dat een veilig gebruik van elektriciteit zo goed mogelijk is gewaarborgd. Doeltreffende maatregelen moeten worden getroffen tegen brand, ontploffing, (in)directe aanraking en te dichte nadering’. Om deze wettelijke bepalingen te realiseren staat in NEN 3140de volgende bepaling: ‘Elektrische installatie en elektrische arbeidsmiddelen moeten met een passende regelmaat worden geïnspecteerd. Het doel van regelmatige inspecties is gebreken te ontdekken die een veilige bedrijfsvoering kunnen belemmeren….’.

Een NEN 3140-inspectie is bedoeld voor alle bestaande elektrische installatie. Dit kunnen dus de laagspanningsinstallatie in een gebouw zijn, maar ook productiemachines, zonweringinstallatie, elektrisch handgereedschap, tijdelijke installaties op bouwplaatsen enzovoort. Bij een NEN 3140-inspectie moet minstens worden uitgegaan van de veiligheidsbepalingen die van kracht waren bij de aanleg van de installatie of de vervaardiging van het elektrische arbeidsmiddel.

 

NEN 3140

Een NEN 3140-inspectie is dus anders dan een NEN 1010-inspectie. Het is wettelijk verplicht elektrische installaties en elektrische arbeidsmiddelen in een onderneming te beheren. De eigenaar moet hiervoor een ‘installatieverantwoordelijke’(iv) aanwijzen, een persoon die het beheer gestalte heeft. Zo bepaalt de installatieverantwoordelijke bijvoorbeeld welke installaties en welke arbeidsmiddelen met welke regelmaat worden geïnspecteerd en op welke manier dit schriftelijk wordt geborgd.

Een installatieverantwoordelijke kan een geschoold en daarvoor aangewezen elektrotechnisch medewerker van de eigen organisatie zijn. Het beheer kan ook worden uitbesteed aan een externe partij, zoals een installatiebureau. In de laatste situatie is het belangrijk een Plan van Toezicht op te stellen waarin eenduidig en helder alle afspraken tussen beide partijen zijn vastgelegd. Ook verzekeraars eisen in hun polisvoorwaarden vaak een NEN 3140-inspectie. Let wel, dit is dus niet beperkt tot de vaste gebouwgebonden installatie, maar richt zich op de hele elektrische installatie, dus zowel op de vaste gebouwgebonden installaties als de daarop aangesloten elektrische arbeidsmiddelen, machines enzovoort.

Een installatieverantwoordelijke kan in een beheerplan termijnen vastleggen wanneer hij welke gedeelten van de vaste elektrische installatie en –arbeidsmiddelen laat inspecteren. Voor de inspecties van elke installatie, elk onderdeel van een installatie, voor elke visuele inspectie en voor elke inspectie door meting en beproeving of een onderdeel daarvan, kan een afzonderlijk tijdsinterval worden vastgesteld. Het is dus niet zo dat periodiek alles in een keer moet worden geïnspecteerd. De ene installatie of installatieonderdeel heeft immers grotere risico’s dan de andere installatie of installatieonderdeel. In NEN 3140-2011 zijn voor het bepalen van inspectiefrequenties voor arbeidsmiddelen twee gereedschappen opgenomen. De termijn tussen twee inspecties voor het inspecteren van elektrische arbeidsmiddelen kan worden bepaald met de tabellen en curve in de grafieken.

 

Andere aspecten

In NEN 3140 wordt een onderscheid gemaakt tussen kleine elektrische arbeidsmiddelen, zoals handgereedschappen, en de complexere elektrische arbeidsmiddelen, zoals bouwliften, productiemachines en dergelijke. De complexe arbeidsmiddelen vallen in NEN 3140-2011 onder de definitie en de inspectiefrequenties, zoals de noodstopschakelaars en dergelijke, van deze uitgebreide en omvangrijke arbeidsmiddelen moeten minstens elk jaar worden gecontroleerd. Inspectie van zowel de elektrische arbeidsmiddelen als de vaste elektrische installatie bestaat uit een visuele inspectie, meting en beproeving. Behalve de termijn tussen twee inspecties, zoals beschreven, zijn nieuwe aspecten bin de inspectie in NEN 3140-2011 ten opzichte van NEN-EN 50110 en NEN 3140:

-          De isolatieweerstand van zowel installaties als elektrische arbeidsmiddelen mag worden gemeten met een gelijkspanning ≥ Unom. Praktisch betekent dit bijvoorbeeld dat met een beproevingsspanning van 250 V DC, in plaats van 500 V DC mag worden gemeten.

-          beschermingsleidingen mogen worden gemeten met een meetstroom ≥ 0,2 A in plaats van ≥ 1 A.

-          Thermografie is geen NEN 3140-inspectie. Het kan wellicht wel een zinvolle aanvulling op metingen zijn.

-          De testknop van aardlekschakelaars mag worden beproefd nadat door meting de uitschakeltijd en stroom is gecontroleerd.

 

 

 

 

Bronvermelding:

Tekst: Anton Kerkhofs

INTECH E&I 31ste jaargang – juni 2011.